Voorbij het ik naar je zelf

De mens is zich bewust van zichzelf. ‘Ik denk, dus ik ben’ en dat onderscheidt de mens van de meeste andere diersoorten. Bewustzijn is ons grootste goed. Maar waar zit dat bewustzijn nu eigenlijk in je lijf?

De meeste mensen zullen spontaan ‘naar hun hoofd wijzen’. Want bewustzijn heeft met denken te maken en denken doe je met je hoofd. Klopt helemaal. Maar wist je dat het overgrote deel van wat we doen en ervaren onbewust verloopt? De meeste routine handelingen doen we op de automatische piloot. Denk aan autorijden of fietsen: voordat je er erg in hebt, ben je al op de plaats van bestemming aangekomen. Het overgrote deel van wat we zien en horen, verwerken we onbewust en slechts een fractie daarvan dringt in ons bewustzijn door. Niet alleen routine handelingen maar ook acute stress reacties verlopen grotendeels onbewust. Als je in gedachten verzonken een straat oversteekt en er raast een auto op je af, dan reageer je reflexmatig: je springt weg. Dat doe je onbewust. Als overleven een kwestie van seconden is, dan worden hogere breinfuncties uitgeschakeld en reageer je primair. Gelukkig maar.

Dus de aansturing en de coördinatie van ons doen en laten gebeurt maar beperkt bewust en grotendeels onbewust. Dat geldt ook voor onze emoties. Bovendien zitten emoties niet alleen tussen de oren maar zijn het in de eerste plaats lichamelijke sensaties.

Het ‘ik’ zorgt voor de aansturing van bewuste processen en zetelt in het brein. Het ‘ik’ heeft geen zeggenschap over onbewuste processen. Wie of wat dan wel? En wie of wat zorgt voor de samenwerking tussen bewuste en onbewuste processen? Wie of wat is de baas over het geheel? Volgens Carl Gustav Jung, een belangrijke grondlegger van de moderne psychologie, zorgt het ‘zelf’ voor de aansturing van bewuste en onbewuste processen.

Alle levende wezens hebben een ‘zelf’, maar niet alle schepsels hebben een ‘ik’. Alleen de mens beschikt over een ‘zelf’ en een ‘ik’. Het ‘zelf’ is gericht op de overleving en ontwikkeling van het individu in samenspel met zijn/haar naasten. Het doet dat bewust en onbewust. Dat betekent dat ‘ik’ me maar beperkt bewust ben van mijn ‘zelf’, want een deel van mijn ‘zelf’ zit verscholen in mijn onbewuste. Waar in mijn lijf zit dat ‘zelf’ dan? Door de eeuwen heen is vanuit veel verschillende culturen naar het hart gewezen. Het hart als centrum van het zelf. Ook recent wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het hart een belangrijk regelcentrum is voor de aansturing van bio-neurologische processen.

Maar wat kun je met deze inzichten in je dagelijks leven? Heartfulness is een manier van doen en laten, waarbij je leert meer vanuit je hart te leven. Daardoor zul je merken dat er ruimte ontstaat voor openheid en mildheid voor jezelf en anderen. Een oefening in heartfulness die je gemakkelijk kunt toepassen is meer vanuit je hart te ademen. Neem daartoe een paar minuten de tijd voor jezelf en richt je aandacht naar binnen. En stel je dan voor dat je met inademen frisse energie langs en door je hart naar binnen haalt en ruimte geeft aan alles wat je in je hart koestert en lief hebt. En met uitademen neem je alles wat je hart bezwaart naar buiten en blaas je van je af. Doe dit een paar minuten in het ritme van je eigen ademhaling, zonder te forceren. Je kunt deze oefeningen een paar keer per dag doen en kijk eens wat het je brengt. Veel plezier er mee!

Met de feestdagen op hol

Terwijl de natuur in diepe winterslaap verkeert, slaan wij deze dagen op hol. De feestdagen komen eraan. De kerstboom staat en de kerstborrel achter de rug. Boodschappen halen, wat gaan we eten met kerst? Druk in de winkels. Wat doen we met oud en nieuw? Wel of geen vuurwerk? En vergeet niet je zorgverzekering te kiezen. Zo rennen we met zijn allen de feestdagen door, om in het nieuwe jaar met een kater wakker te worden. Kan dat niet anders?

In de winter komen planten en bomen tot rust en houden veel dieren hun winterslaap. Maar wij doen het anders. Toen de mens leerde om met vuur de kou en het donker buiten te sluiten, begon hij aan zijn bioritme te sleutelen. Het resultaat is dat we onze economie dag en nacht draaiend houden. En met kerst rennen we harder dan ooit: een laatste spurt voordat het jaar ten einde loopt en met vuurwerk uiteen spat. En als de boel is opgeruimd blijven we ontnuchterd achter. De eerste maanden van het jaar duren het langst. Niet voor niets wordt de derde maandag in januari de blauwe maandag genoemd: de dag waarop veel mensen zich neerslachtig zouden voelen.

Wat kun je doen om meer in balans te blijven? Met elkaar van de feestdagen genieten, zonder op hol te slaan? Fris en nieuwsgierig het jaar te beginnen? Zoek eens momentjes waarop jij verbinding maakt met de natuur om je heen. Gewoon een wandeling door het bos of het park in de buurt. Dat kun je alleen doen of met iemand die je dierbaar is, of met je hond. Geniet van elkaar, van jezelf, en maak eens ruimte in jezelf om de natuur binnen te laten komen: de geuren en kleuren, het licht en de geluiden, het rulle zand of de houtsnippers waarover je loopt. Als ik dat doe, dan merk ik dat ik tot rust kom en er tegelijkertijd ook energie van krijg. Soms gun ik mezelf geen tijd voor zo’n moment in de natuur. Dan, voor het slapen gaan, loop ik even naar buiten en kijk ik naar de hemel. Ik zie de sterren en hoe ze met elkaar verbinding zoeken. Of ik zie hoe de wolken het licht van de stad weerkaatsen. Van binnen valt dan alles eventjes op zijn plek en dat geeft rust.

Recht uit het hart

“Iets op zijn hart hebben, zijn hart vasthouden, naar hartenlust”. In onze taal spreken we over het hart als de plek van ons gevoel. Maar medisch gezien is het een gespierde pomp die zorgt voor het rondpompen van bloed in ons lijf. Het hart als voelend orgaan. Hoe zit dat nu?

Het brein krijgt tegenwoordig veel aandacht en wordt beschouwd als het commandocentrum van ons denken, ons lichamelijk functioneren, ons gevoel en ons gedrag. Maar wist je dat het hart meer signalen naar het brein stuurt dan andersom? En dat bij een ongeboren kind het hartje begint te kloppen nog voordat het brein zich heeft ontwikkeld? Het hart heeft een eigen geheugen en produceert verschillende hormonen, zoals het ‘liefdeshormoon’ oxytocine. Het energetisch veld dat het hart produceert is vele malen krachtiger dan de hersengolven van ons brein en is ook buiten ons lichaam nog meetbaar.

In een gevaarlijke situatie reageert ons hart sneller dan ons denkend brein om op tijd te kunnen vluchten of vechten. Ons hartritme zorgt er voor dat we in actie komen, maar ook dat we ons kunnen ontspannen. Als we ontspannen zijn, dan hebben we een rustige hartslag. Onze hartslag vertoont dan een regelmatige versnelling en vertraging van het hartritme. Dit noemen we een coherent hartritme. Maar als we ons gestrest voelen, dan vertoont onze hartslag een chaotische versnelling en vertraging van het hartritme, tot hartkloppingen aan toe.

Er is de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar hartcoherentie en men heeft ontdekt dat met een coherent hartritme je hart optimaal samenwerkt met je ademhaling en andere processen in je lichaam. Een coherent hartritme zorgt voor een vermindering van stressgevoelens en stress gerelateerde symptomen, zoals hoofdpijn en slapeloosheid. Hartcoherentie wordt dan ook steeds vaker ingezet als een manier om te ontspannen en in balans te komen. Het hart blijkt dus veel meer te zijn dan alleen maar een biologische pomp en speelt een belangrijke rol in hoe we ons voelen. Door hartcoherentie toe te passen, geef je jouw hart de plek die het verdient. Hartcoherentie kun je leren. Wil je weten hoe? Kijk op https://innerzijds.nl/leer-ontspannen-vanuit-je-hart/

Lummeltijd

Heerlijk. Je zit ergens op een bankje en je geniet van het landschap dat zich aan je voeten ontvouwt. Je moet even helemaal niets. En speels verweven je gedachten zich met de dingen die je ziet, de gevoelens die je hebt, de geluiden die je hoort en het briesje dat aangenaam je huid beroert. Zo heel gemakkelijk mijmer je maar wat. Herken je dat?

In de vakantie geven we onszelf de tijd voor dit soort momentjes van niets doen. Lummeltijd. Maar nu de vakantie voorbij is, moet je weer van alles. Alsof je met de koffers ook jouw lummeltijd hebt weggezet, als iets dat je alleen tijdens vakanties kunt gebruiken. Maar tijd om even helemaal niets te doen is essentieel voor je welzijn, juist nu je jouw drukke leven weer oppakt. Want voor dat je er erg in hebt, word je weer opgeslokt door de stress van alledag en sta je altijd maar ‘aan’.

Het is dus belangrijk dat je jouw pauzeknop blijft gebruiken en elke dag even de tijd neemt om te lummelen. Door even doelloos niets te doen, creëer je tijd en ruimte voor jezelf om van binnen alle nieuwe indrukken en informatie te laten bezinken, te verwerken en nieuwe ideeën op te doen. Lummeltijd is downtime, ben je losgekoppeld van alle storende informatiebronnen en staat je mobiel dus uit. Lummelen kun je zittend in je luie stoel, liggend in bad of lopend door de natuur. Wat je ook doet, zorg er voor dat het je ontspant en je stimuleert om je je aandacht losjes naar binnen te richten. Lummelen is niet hetzelfde als meditatie of mindfulness en het is zeker geen piekeren of intensief nadenken. Lummelen is gewoon even niets doen en je gedachten de vrije loop laten.

Het belang van lummeltijd wordt gelukkig steeds meer onderkend. Alan Lightman, hoogleraar menswetenschappen in Amerika, heeft er een boek over geschreven: In Praise of Waisting Time. Daniel Siegel, een bekende Amerikaanse psychiater, heeft met collega’s een zogenaamde schijf van zeven voor mentale gezondheid opgesteld. Down time, lummeltijd, is een van de zeven ingrediënten. En ook Theo Compernolle, beschrijft in zijn boeken het belang van regelmatig ‘ontkoppelen’ om te kunnen verwerken.

Maar er over lezen zal je niet verder brengen. Je moet het gewoon regelmatig doen. Dus zet nu maar je computer/laptop/mobieltje uit en trek je even terug. Je hoeft nu even helemaal niets. Alsof je weer op dat bankje zit en geniet van een prachtig landschap. Laat je gedachten maar gaan …

Zoek de schaduw op

Met deze zomerse temperaturen zoeken we graag de schaduw op. Maar in onze binnenwereld ligt dat anders. Van binnen mijden we liever onze schaduwkant en laten we ons van onze zonnige zijde zien. Daarmee is de schaduw niet verdwenen. Want wat wil die innerlijke schaduw eigenlijk van jou?

Van jongs af aan leer je om bepaalde kanten van jezelf te vergroten en te laten zien omdat je merkt dat je daarin door anderen wordt gewaardeerd. Andere eigenschappen en gedragingen onderdruk je liever, omdat dat bij anderen afkeur oproept. Aardig doen, succesvol zijn en hard werken worden gewaardeerd, dus dat laten de meeste van ons zien. Jaloezie, irritatie, en eigenbelang zijn ‘not done’ en stoppen we liever weg. Maar wat je van binnen wegdrukt, verdwijnt niet maar leidt een schaduwbestaan.

Op Facebook en Twitter kun je je makkelijk ontdoen van die ‘vervelende’ aspecten van jezelf en je van je beste kant laten zien. En de ‘negatieve’ verdrongen eigenschappen projecteer je onbewust op anderen. Iemand irritant vinden, de ander de schuld geven, over anderen roddelen zijn daar voorbeelden van.

Hoe meer we perfect willen zijn en door anderen aardig gevonden willen worden, hoe groter onze innerlijke schaduw wordt. Daardoor raak je uit balans. Jouw schaduw wil zich uiten en doet dat bijvoorbeeld in de vorm van stressklachten, nachtmerries of somberheid. Zo is boosheid een hele natuurlijke en nuttige emotie. Maar als je boosheid onderdrukt en in de schaduw zet, dan uit die zich in maagzweren of onverwachte woede uitbarstingen die wel eens destructief kunnen uitpakken.

Dus om jezelf te zijn, kun je maar beter je eigen schaduw onder ogen zien. Hoe doe je dat?
Bijvoorbeeld door eens te onderzoeken wat jou nu precies aan die andere persoon irriteert. Dat kan namelijk zo maar een eigenschap zijn die jij naar jouw schaduwkant verdrongen hebt. Als je dat eenmaal herkent en erkent, kun je juist die eigenschap op een voor jou passende manier in jezelf tot ontwikkeling en tot uiting brengen. Om een persoonlijk voorbeeld te geven: ik ben geen fan van de Amerikaanse president Donald Trump. Plat gezegd vind ik hem een irritante blaaskaak. Maar als ik echt goed kijk, bewonder ik hem ergens ook voor zijn branie en bravoure. Ik houd me in gezelschap juist eerder op de achtergrond en branie zit duidelijk aan mijn schaduwkant. Dat voelt voor mij niet prettig. Om in balans te komen, is meer branie tonen mijn uitdaging en wel op een manier die bij mij past, bijvoorbeeld door blogs te schrijven.

Door je schaduwkanten te omarmen, leef je voluit. Dat betekent niet dat je al jouw schaduwkanten moet uitleven. Het betekent wel dat je onderzoekt en ervaart wat daar verborgen zit en dat je dat daaruit tot ontwikkeling brengt wat jou meer heel maakt – meer wie je werkelijk bent en wilt zijn. Want alleen als je beseft dat je een schaduw hebt, kun je echt in het licht gaan staan.

 

 

Emoties kleuren ons leven

Zonder emoties zou er bij ons van binnen een groot gat gapen tussen ons denken enerzijds en onze instincten anderzijds. Ons gedrag zou heen en weer slingeren tussen wat ons brein ons aan gedachten influistert en wat we puur lichamelijk voelen, zoals rillen van de kou en rammelen van de honger. Ons sociaal leven zou er zwartwit uitzien, ontdaan van de gevoelens waarmee we ons gedrag inkleuren. Dus gelukkig kunnen we voelen en emoties ervaren. Maar wat zijn emoties nu precies?

Een emotie is eigenlijk een proces dat bij jou van binnen op gang komt op basis van externe prikkels en jouw ervaringen, herinneringen, kennis en karakter. We spreken wel van pre-emoties, basisemoties en cognitieve emoties. Laten we een voorbeeld nemen hoe dit proces bij jou van binnen op gang komt.

Je steekt een straat over en je ziet ineens een auto op je af stormen. In een fractie van een seconde combineer je wat je ziet (externe prikkels) met wat je weet over het gevaar van op je in rijdende auto’s. Je schrikt en verstijft van angst. Deze allereerste emotionele reactie noemen we een pre-emotie. Schrik, paniek en walging zijn daar voorbeelden van.
Vervolgens vlucht je, net op tijd, de stoep op. Je schrik slaat om in boosheid: kan die stomme automobilist niet uit zijn doppen kijken? En je wijst met een groot gebaar naar je voorhoofd. Nu spreken we van een basis emotie. Terwijl pre-emoties je instinctief overkomen, gaat bij het opkomen van basis emoties het denken een rol spelen. Boos, bang, bedroefd en blij zijn zulke basis emoties.
Krijgt je brein nog meer de tijd om over het gebeuren na te denken, dan spreken we van cognitieve emoties. Nu de auto allang uit het zicht is en jij druk gebarend nog steeds staat te foeteren, kan de boosheid bijvoorbeeld omslaan in schaamte: wat sta ik hier eigenlijk boos te doen? Schaamte, jaloezie, afgunst, wrok zijn voorbeelden van cognitieve emoties.

Dus emoties zijn in de eerste plaats lichamelijke sensaties, waarbij eerdere ervaringen en het denken een rol spelen. Dat betekent ook dat we met ons lichaam en ons denken onze emoties kunnen beïnvloeden. Voel je je bijvoorbeeld neerslachtig en slof je met hangende schouders en gebogen hoofd door de dag? Kijk dan eens wat er verandert als je je schouders recht, vooruit kijkt en stevig gaat staan. Dan zul je ook iets van kracht kunnen voelen. Of voel je je angstig omdat je denkt aan wat er allemaal mis kan gaan? Richt dan je aandacht eens op wat er wél goed gaat, hoe groot of klein ook. Dan kun je bemerken dat achter jouw angst een gevoel van blij en ontspannen vertrouwen gloort.

 

Wie denkt dat stress tussen de oren zit, vergeet het lichaam

Gelukkig bestaat stress. Want stel je voor: je staat in een winkel met prachtige kristallen vazen. Je stoot een van de vazen aan en die begint te wankelen. In een reflex pak je de vaas beet en kun je nog net voorkomen dat hij in vele stukjes op de vloer uiteenspat. Dat is stress! Gelukkig reageerde je in een split seconde.
Zo’n acute stressreactie is in de eerste plaats een lichamelijke reactie. Je lichaam slaat alarm: je ademhaling en hartslag gaan sneller, je pupillen verwijden zich, het zweet staat in je handen en je spieren spannen zich. Als de situatie zich ontspant kun jij ook weer ontspannen. Je haalt opgelucht adem, je hartslag vertraagt en je komt tot rust.

Ons innerlijk stress-systeem zorgt er dus voor dat we snel kunnen reageren, uitdagingen aangaan en kunnen presteren. Dat is prima. Echter wanneer stress aanhoudt dan slaat ons innerlijk systeem op hol en kan ons ziek maken. We voelen ons rusteloos of juist lusteloos, krijgen vaker hoofdpijn, maagklachten en verhoogde bloeddruk, piekeren veel, worden vaker ziek, angstig of somber en kunnen ons niet meer concentreren. Als we deze signalen negeren en maar door gaan, dan raken we opgebrand: we kunnen niet meer en zijn burn-out.

Maar al te vaak wordt stress opgevat als een psychisch probleem. Het klopt dat de ene persoon gevoeliger is voor stress dan de ander. Maar iedereen met aanhoudende stress ontwikkelt op den duur lichamelijke en psychische klachten. Psychische problemen zijn dus meestal het gevolg van aanhoudende stress en niet de oorzaak.
Dus wie denkt dat stress tussen de oren zit, vergeet het lichaam. Stress manifesteert zich in de eerste plaats lichamelijk. Door lichamelijke signalen serieus te nemen kun je voorkomen dat je stressklachten ontwikkelt en burn-out raakt. Voel je spanning in je schouders en nek? Heb je een hoge en gejaagde ademhaling? Snelle hartslag? Dan kun je met eenvoudige oefeningen weer ontspannen en tot rust komen. Deze oefeningen kun je op elk moment van de dag thuis en op de werkvloer doen. Wil je leren hoe? Kom dan naar de training Ontspannen doe je zo! Deze training van vier sessies gaat op 12 en 14 februari weer van start. Lees meer …

Angst, de rem op onze goede voornemes

We kennen angst in veel gedaantes: angst om te falen, angst voor ruzies, voor ziektes, spinnen, andere mensen, water, liften, nieuw baan. En altijd is zijn boodschap: ‘pas op, je loopt gevaar’. Angst wil ons behoeden en beschermen tegen iets wat ons dreigt te beschadigen. Angst is dus een nuttige emotie en dwingt ons om te vluchten, te vechten of te verstijven. Maar vaak is angst overactief, waarschuwt ons voor situaties die minder vaak gebeuren of minder erg zijn dan we denken. Angst speelt een grote rol in onze samenleving: dringt zich op in het nieuws, reisverzekeringen, veiligheidsvoorschriften en rookmelders. Het is beter om je in te dekken, om je te verzekeren, want je weet maar nooit. Natuurlijk is dat goed en soms te goed. Want als we angstig zijn voor dreigingen die niet reëel zijn, dan belet dat ons om voluit te leven. Deze niet-reële angst is vaak heel subtiel, zit ongemerkt in onze poriën en zorgt er voor dat we maar liever blijven doen wat we doen, ook al voelen we ons daarbij ontevreden.

Want hoe zit het ook al weer met onze goede voornemens voor dit jaar? Welke uitdagingen verdampen nog voordat we ze uitvoeren, omdat we bang zijn dat ze mislukken? En misschien is onze angst dat ze juist wél lukken nog groter. Dus blijven we zitten waar we zitten en vragen ons af waarom we ergens zo van binnen ontevreden zijn.

Hoe zou het zijn om dat soort angst niet te hebben? En welk gevoel zou daar dan voor in de plaats moeten komen? Zodat je die uitdagingen wel aangaat en je dromen wel uitvoert? Het tegenovergestelde van angst is rust, gelijkmoedigheid, zekerheid, hoop, moed, veiligheid, maar bovenal vertrouwen. Vertrouwen waarin? Vertrouwen in jezelf. Vertrouwen dat je op je best bent als je jouw dromen uitvoert. Vertrouwen dat dat je lukt en als het je niet lukt, dat je dan een ervaring rijker bent en de volgende stap in je leven kunt nemen. Vertrouwen in jezelf: het klinkt zo makkelijk en is zo lastig. Hoe doe je dat? Door in beweging te komen. Welke kant op? Richting jouw wens, droom, en goede voornemen. Elke kleine, grote stap is er een, en laat je voelen dat jouw vertrouwen in jezelf groter is dan jouw angst. Dat vertrouwen wens ik je van harte toe!

 

De donkere dagen in onszelf

De dagen worden korter, ’s ochtends staan we met donker op en in de middag doen we binnen de lampen al weer aan. In deze tijd verlangen we naar licht en warmte. Het Kerstfeest en Oud & Nieuw staan daar symbool voor. Met kaarsjes, kerststerren en vuurwerk willen we de donkere dagen de rug toekeren en het licht omarmen. Want licht doet leven.

Maar waar licht is, is ook donker. En zo werkt het ook bij ons van binnen. We hebben allemaal een schaduwkant: gevoelens en gedachten die we liever niet aan anderen laten zien en in het ‘donker’ houden. We drukken deze emoties het liefst ver weg in ons onderbewustzijn. Want we willen ons van onze beste kant laten zien en onze ‘goede’ eigenschappen aan het licht brengen. Gevoelens van afgunst, wrok, woede en schaamte horen daar niet bij en ontkennen we het liefst. Maar hoe sterker we bepaalde emoties onderdrukken, hoe krachtiger ze worden. We raken uit evenwicht. Zo kun je steeds weer diezelfde enge droom hebben, of ontwikkel je een kort lontje en voor dat je het weet barst je weer in woede uit. Of je wordt somber en depressief.

Om in balans te komen en te blijven is het beter om je bewust te worden van je eigen schaduwkanten. Dat is best lastig en niet altijd even leuk, want je kijkt in de spiegel van je eigen ziel. Soms heb je daar de hulp van je partner of een goede vriend of vriendin bij nodig. Soms ook de hulp van een therapeut. Want wat je hebt weggedrukt, wil gehoord en gezien worden. En als je er op een goede manier contact mee maakt, dan verliest het zijn lading en verandert het. Energie die in de onderdrukte gevoelens geblokkeerd zat, kun je nu op een helpende manier inzetten. Dat geeft je ruimte en rust. Je wordt weer heel. Carl Gustav Jung, een grondlegger van de hedendaagse psychologie, verwoordde het zo: ‘Men wordt niet helder door zich het heldere voor te stellen, maar door zich bewust te worden van het donkere’. Dit is een proces van bewustwording dat een leven lang door gaat. Ik wens je een goed contact met je schaduwkant!

Oplossing wachtlijsten GGZ simpel

De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg zijn te lang, hoor ik op het nieuws. Huisartsen waarschuwen dat mensen met psychische klachten te lang moeten wachten voor ze in de GGZ geholpen kunnen worden.

Niets nieuws eigenlijk. Als vrij gevestigd therapeut hoor ik dit regelmatig van mijn cliënten en collega therapeuten. Overleg tussen de huisartsen, de GGZ en de zorgverzekeraars is al jaren gaande, maar heeft niet tot merkbare verbeteringen geleid. Mensen die psychosociale hulp nodig hebben stranden dus bij de huisartsen, en de praktijkondersteuners kunnen het niet aan.

En dat terwijl de oplossing simpel is. Er zijn veel gekwalificeerde therapeuten die op maat gesneden psychosociale zorg bieden, zonder dat de patiënt weken daarop hoeft te wachten. Deze therapeuten werken vanuit de zogenaamde complementaire gezondheidszorg. Huisartsen en praktijkondersteuners kunnen hun patiënten ook naar deze zorgverleners doorverwijzen, waardoor de druk op de GGZ afneemt. Er zijn echter nog veel huisartsen en praktijkondersteuners die zich niet buiten het veld van de reguliere geestelijke gezondheidszorg wagen. De scheidslijn tussen reguliere en complementaire geestelijke gezondheidszorg is kunstmatig. In het basisonderwijs is ook sprake van een grote diversiteit: je hebt bijvoorbeeld openbaar, Montessori, Steiner en speciaal onderwijs. Maar het is wel allemaal onderwijs dat aan eisen voldoet en door de inspectie getoetst wordt. Niks geen regulier en complementair onderwijs.

En zo is het naar mijn idee eigenlijk ook in de geestelijke gezondheidszorg. Therapeuten aan wie huisartsen hun patiënten voor psychosociale hulp kunnen doorverwijzen, voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria:

  • Ze zijn adequaat geschoold, conform de eisen van de beroepsverenigingen en de zorgverzekeraars;
  • Ze zijn lid van een beroepsvereniging, die waakt over de kwaliteit van hun beroepsgroep;
  • Ze zijn aangesloten bij een instantie voor de behandeling van klachten, conform de wet;
  • Ze worden vergoed door de zorgverzekeraars.

Therapeuten in de zogenaamde complementaire gezondheidszorg worden meestal vergoed uit de aanvullende zorgverzekering. Het voordeel daarvan is dat patiënten daarmee niet hun eigen bijdrage belasten. En ze krijgen de begeleiding en hulp die ze nodig hebben, zonder dat ze daar weken op hoeven te wachten. Ik nodig huisartsen en praktijkondersteuners dan ook van harte uit hun patiënten over deze mogelijkheden te informeren.